Op een rustige nacht werd de buurt rond de verlaten brandweerkazerne op Urk opgeschrikt door een harde explosie, gevolgd door een verwoestende brand. Omwonenden kwamen geschrokken naar buiten en voelden de hitte van de vlammen.
Een dag na de brand was de ware omvang van de ravage pas echt zichtbaar. De vlammenzee had de kazerne, die al lange tijd niet meer in gebruik was, volledig verwoest. Slechts enkele muren stonden nog overeind, terwijl de rest was veranderd in puin.
De brandweerlieden slaagden erin de brand onder controle te krijgen, maar de vraag blijft: was het vuur aangestoken? Buurtbewoners, zoals Noor Loos en Maarten van Laar, uiten hun verbazing over de heftigheid van de brand en de mogelijke betrokkenheid van brandstichting.
De buurtbewoners hadden al eerder signalen opgepikt dat er mogelijk incidenten zouden plaatsvinden bij de verlaten kazerne. Jongeren werden vaak gezien in het oude gebouw, wat zorgen baarde onder de omwonenden. De brand bij de kazerne heeft de gemeenschap geschokt en hen doen beseffen dat er mogelijk meer aan de hand is dan een simpel ongeluk.
De brandweerkazerne op Urk stond al klaar voor sloop en het tragische incident heeft deze plannen alleen maar versneld. Buurtbewoners kijken uit naar een nieuwe fase waarin veiligheid en preventie bovenaan zullen staan.